Meten van de spieren met bio-impedantie

, diëtist 9 mei 2019

De afdeling diëtisten heeft sinds kort een bio-impedantie meter aangeschaft, een apparaat waarmee we de samenstelling van het lichaam kunnen meten. In het kort; met behulp van elektroden en een zwak wisselstroompje (dat je niet voelt) wordt de geleiding en weerstand van het lichaam bepaald en kun je de vetmassa en vetvrije massa (spieren, organen, botten en vocht) bepalen.

meten van de spieren

Proefpersonen

Voordat we deze bio-impedantie meter bij onze cliënten gebruiken, hebben we proefpersonen nodig. Je wilt ten slotte wel goed beslagen ten ijs komen. En op wie kun je beter oefenen dan je collega’s van de fysiotherapie,ergotherapie en logopedie? Precies, die zien dat wel zitten!

 

Vetmassa vs. vetvrije massa

Tijdens de lunch hoor ik wat nerveuze lachjes bij de proefpersonen. ‘Er mag eigenlijk wel wat af’ en ‘Mijn vetmassa is vast te hoog’ hoor ik ze zeggen. Grappig, want dit is begrijpelijk, maar het meten van de vetmassa is niet de reden dat we het apparaat aangeschaft hebben. Ons diëtisten gaat het namelijk juist om de vetvrije massa, en nog meer specifiek om de spiermassa.

 

Weinig spiermassa

Het gewicht alleen zegt niet altijd voldoende; soms heeft iemand wel een goed gewicht, maar zien we bij de bio-impedantie meting dat de vetvrije massa te laag is. Waaruit je de conclusie kunt trekken dat deze persoon ondanks zijn goede gewicht te weinig spiermassa heeft. Ook bij mensen met een laag of hoog gewicht, kan de uitslag soms verrassend zijn.

 

Herstel

Behoud van de spieren tijdens een periode van ziekte is belangrijk voor het herstel, hiermee voorkom je complicaties en zelfs mogelijk overlijden.

Je kunt je misschien wel voorstellen dat je bij lage spiermassa ook minder kracht hebt om aan te sterken, voor ademhaling (bij longpatiënten) of fysiotherapie (bijv. nieuwe heup leren gebruiken).

Als er tijdens een revalidatietraject meerdere metingen gedaan worden, kan er in de gaten gehouden worden of de spiermassa toe neemt, en hier de voeding en beweging op aan passen.

 

Opbouw van spieren

Om spieren op te bouwen, moet je ze prikkelen. Dit doe je door middel van beweging op een bepaalde intensiteit. Maar opbouw lukt natuurlijk alleen als je de goede bouwstoffen aanlevert. Dit doe je met voeding, in het bijzonder met eiwitten. Deze komen o.a. voor in vlees(waren), vis, kaas, melk(producten), noten en in mindere mate in brood. Er is dus goed overleg nodig tussen cliënt, diëtist en fysiotherapeut.

 

Meting

Terwijl ik dit schrijf denk ik, misschien moet ik de collega’s weer eens een meting aanbieden. Kijken wat ze de afgelopen tijd gedaan hebben en hoe het staat met de spiermassa! (En oké voor hen ook stiekem de vetmassa dan).