Chemotherapie en de laatste fase

 

, diëtist - 6 december 2018

Meneer De Jong is 79 jaar en sinds gisteren opgenomen op de longafdeling. Een paar weken geleden kreeg hij de diagnose longkanker. Hij startte met chemotherapie en ik bezocht hem twee keer tijdens zijn kuren om hem te informeren over voeding bij chemotherapie . Nu is hij opgenomen met een longontsteking die maar niet weg wil gaan met antibiotica. De diëtist wordt in consult gevraagd omdat hij onbedoeld gewicht verliest.

chemotherapie

Alles op alles

Tijdens de voorbereiding van het consult met meneer De Jong lees ik in zijn dossier dat later deze week een familiegesprek volgt. Daarin zal besproken worden hoe zijn medische behandeling er verder uit gaat zien, afhankelijk van een aantal onderzoeken die hij de komende dagen krijgt.

 

‘Ik weet nog niet of ik de chemotherapie kan hervatten’, vertelt hij mij zelf. Dan moet ik eerst herstellen van deze longontsteking en aansterken. In overleg met meneer besluiten we nu alles op alles te zetten om aan te sterken, zodat hij in ieder geval niet door ondervoeding te zwak is om behandeld te worden voor de tumor als hij herstelt van zijn longontsteking.

 

Door de eerdere consulten tijdens de chemokuren weet meneer De Jong al dat de prioriteit nu ligt bij voldoende energie (calorieën) en eiwit (bouwstoffen uit bijvoorbeeld vlees, vis en zuivel) in zijn voeding. Samen maken we een plan hoe hij dit kan bereiken, ondanks zijn geringe eetlust.

 

Achteruitgang

Als ik twee dagen later terugkom, is meneer De Jong minder positief gestemd. ‘Ik knap niet op. Ik blijf koorts houden en de ontstekingswaarden in mijn bloed zijn volgens de artsen nog steeds hoog.’

 

Ik bereken zijn voeding en kom uit op slechts 50% van wat hij nodig heeft, inclusief aanvullende drinkvoeding. ‘Om echt voldoende binnen te krijgen, is sondevoeding noodzakelijk, maar gezien de medische situatie wil ik dat wel eerst met de arts overleggen’, bespreek ik met hem. Daar kan meneer zich in vinden. Als het moet, wil hij wel sondevoeding, maar het lijkt hem wel vervelend om een sonde te krijgen.

 

Met de arts overleg ik over het feit dat de inname van meneer De Jong te laag is nu en dat sondevoeding noodzakelijk is voor voldoende inname. Als meneer zijn chemotherapie gaat hervatten is mijn advies dit te combineren met sondevoeding. Wel medische behandeling, maar geen voeding, zou tenslotte half werk zijn. Als de chemotherapie niet hervat gaat worden, is mijn advies de te lage inname te accepteren. Het doel is dan dat meneer De Jong nog zoveel mogelijk kwaliteit van leven heeft en daar past in zijn geval een sonde niet bij.

 

De laatste fase

De volgende dag is het familiegesprek. Ik lees in het verslag in zijn dossier dat de arts met hem en zijn familie gesproken heeft en dat er besloten is de chemotherapie te stoppen. De behandeling van de longontsteking slaat niet aan en meneer De Jong verzwakt met de dag. Hij is niet meer sterk genoeg voor verdere behandeling.

 

Als ik die middag bij hem langsga, zie ik dat hij snel achteruit gaat nu. Hij ligt in zijn bed en zijn familie is bij hem. Sondevoeding zou momenteel meer nadelen dan voordelen hebben, bespreken we. ‘En hoe zit het met de aanvullende drinkvoeding?’ willen meneer en zijn familie graag weten. Hij wil het liever niet meer gebruiken, maar zijn dochter dringt aan om het toch te nemen.

 

‘Het gaat er nu vooral om dat uw vader zoveel mogelijk kwaliteit van leven heeft. Dat hij nog een beetje kan genieten. Zolang de drinkvoeding zonder moeite lukt, kan het ervoor zorgen dat hij zich iets fitter voelt en kan het meehelpen om bijkomende klachten (zoals doorligplekken) te voorkomen. Als het zoveel moeite gaat kosten om het te drinken en dat de nadelen zwaarder gaan wegen dan de voordelen, dan adviseer ik ermee te stoppen. Het is dan belangrijker om te kiezen voor eten en drinken dat hij lekker vindt, als dat er nog is. De voedingswaarde is dan niet meer van belang’, leg ik uit. ‘Het is heel begrijpelijk dat je voor je vader wil zorgen door het aanbieden van voeding en drinkvoeding, maar soms help je iemand meer door niets te geven’, zeg ik tegen zijn dochter.

 

Meneer en zijn familie geven aan dat ze het prettig vinden om dit besproken te hebben. ‘Fijn dat het niet meer moet’, zegt meneer De Jong. ‘De druk is eraf en dat geeft rust.’ Zijn dochter staat er nu ook achter. ‘Je hebt gelijk. Ik geef het hem eigenlijk meer omdat ik het zelf een prettig idee vind dat hij nog eet en drinkt en niet omdat hij er echt van geniet nu’, zegt ze.

 

Meneer De Jong gaat de volgende dag naar huis en overlijdt uiteindelijk twee weken later in het bijzijn van zijn familie.

 

Vaak is het de taak van de diëtist om uit te leggen wat voeding kan doen voor de patiënt, maar de kunst is ook om op het juiste moment uit te leggen wat voeding niet meer kan doen.

 

(De naam van meneer De Jong is om privacy-redenen gefingeerd.)

    Deel dit bericht

  1. Facebook
  2. Twitter
  3. Linkedin
  4. Mail