Huisbezoek: wanneer de diëtist naar jou toekomt

 

, diëtist - 10 december 2018

Niet iedereen is in staat om naar het spreekuur van de diëtist te komen. Soms zijn mensen te ziek of te verzwakt daarvoor. Dat is een reden voor de diëtist om de cliënt thuis te bezoeken. Hoe gaat zo’n huisbezoek eigenlijk in zijn werk?

huisbezoek

Pyjama

Als ik bij een cliënt op huisbezoek ga, dan vind ik dat nog altijd heel speciaal. Hoewel ik met mijn cliënten op het spreekuur door alle vragen die ik stel toch al een heel persoonlijk gesprek heb, is dat nog veel meer het geval als ik bij iemand thuis kom. Vaak is het gesprek in de woonkamer en is de cliënt aangekleed. Maar soms zit iemand in pyjama of kamerjas of ligt in bed. Het is dan heel duidelijk dat ik iemands persoonlijke ruimte betreedt, zowel letterlijk als figuurlijk.

 

Fruitschaal

Als ik in iemands huis bent, luister ik niet alleen naar wat de cliënt vertelt, maar kijk daarbij ook om me heen. Ik kan bijvoorbeeld zien of er een fruitschaal op tafel staat. Ook kijk ik of er kopjes of glazen staan en wat erin zit. Dit geeft mij al best veel informatie over iemand. Is het fruit vers en ziet het eruit alsof het elke dag wordt gegeten? Of ligt het overrijp te verpieteren? Al dit soort dingen zijn aanknopingspunten voor het gesprek.

 

Kijkje in de koelkast

‘Mag ik eens in uw koelkast kijken?’ is ook een van de vragen die ik vaak stel. Ik kijk naar wat erin ligt. Als ik bijvoorbeeld zie dat iemand vooral magere en halfvolle producten gebruikt en er is sprake van ondervoeding of ondergewicht, dan is dat een onderwerp van gesprek.

 

Vaak doen mensen hun boodschappen zoals ze dat altijd deden. Ze kopen producten die ze gewend zijn om te kopen (of maken lijstjes voor anderen die hun boodschappen doen). Ze denken er niet zo bij na dat hun lichaam door hun veranderde gezondheid ook andere behoeftes heeft, zoals volle zuivel, roomtoetjes, eiwitrijke melkproducten en volvette kaas.

 

Ik kijk ook naar hoe vol of hoe leeg de koelkast is en welke houdbaarheidsdatum op de verse producten staat. Daarover kan ik veel vragen stellen. De antwoorden geven mij informatie over hoe het eten echt gaat.

 

Goede en minder goede dagen

Het klinkt nu misschien alsof ik de antwoorden van mijn cliënten niet zo vertrouw. Dat is niet waar. Ik heb alleen de ervaring dat mensen vooral vertellen over hun gewoontes en eetpatronen op de dagen dat het goed gaat. Of hoe het in hun hoofd zit dat ze het zouden moeten doen.

 

Ik weet ook dat mensen soms zo zwak, moe of ziek zijn dat ze een tussendoortje liever overslaan. Of dat ze in plaats van een hele maaltijd slechts de helft opeten. Of dat ze pijn hebben bij het staan of lopen. Als ze dan alwéér een loopje naar de keuken of het staan aan het aanrecht kunnen vermijden heel graag.  Het komt ook voor dat mensen vergeten te eten als niemand het klaarzet.

 

Hulptroepen

Op het moment dat alle knelpunten helder zijn, kunnen we beginnen met het maken van een (eet)plan. Dat plan maak ik samen met de cliënt, maar hij of zij hoeft niet alles zelf te doen.

 

Het plan kan ook inhouden dat ik wijkverpleging vraag of zij de cliënt herinneren aan het eten of het zelfs klaarzetten. Of dat ik bel met een mantelzorger om te bespreken welke boodschappen er in huis gehaald moeten worden. Ook kan ik ervoor zorgen dat er aanvullende dieetvoeding (drinkvoeding) komt omdat het met de ‘normale’ voeding niet gaat lukken om voldoende aan te sterken.

 

Na het eerste huisbezoek kunnen meerdere gesprekken thuis volgen. En soms is iemand na een tijdje voldoende aangesterkt en kan daarna weer naar het spreekuur komen. Uiteindelijk wordt de zorg altijd zoveel mogelijk aangepast aan iemands situatie en mogelijkheden.

    Deel dit bericht

  1. Facebook
  2. Twitter
  3. Linkedin
  4. Mail